Archive for the ‘Tweede Kamer’ Category

PvdA – Diversiteit op de Werkvloer

dinsdag, oktober 17th, 2006

De PvdA presenteert op dinsdag 17 oktober 2006 de brochure ‘De werkvloer is voor iedereen’. Daarin staan voorstellen ter bevordering van diversiteit, ook voor holebi’s, op de werkvloer.

De brochure wordt gepresenteerd door PvdA-Europarlementariër Emine Bozkurt en PvdA-Tweede Kamerlid Jet Bussemaker in het Grand Café van de Mondriaan-onderwijsgroep in Den Haag.

‘De werkvloer is voor iedereen’ is een PvdA-plan voor diversiteit op de werkvloer. De brochure is het resultaat van een serie expertbijeenkomsten die afgelopen jaar hebben plaatsgevonden. Ook COC Nederland heeft daaraan deelgenomen.

Het eerste exemplaar van de brochure zal worden aangeboden aan Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER).

De presentatie vindt plaats op 17 oktober van 10.00 tot 11.00 uur in het Grand Café van de Mondriaan-onderwijsgroep – Koningin Marialaan 9 te Den Haag. Deze locatie is op enkele minuten lopen van het Centraal Station.

D66: ‘Homoseksuele asielzoekers niet ’terug de kast in’

maandag, oktober 2nd, 2006

Van homoseksuele asielzoekers mag niet meer gevraagd worden hun seksuele gerichtheid in het land van herkomst geheim te houden. D66-Kamerlid Ursie Lambrechts stelde daarover Kamervragen aan minister Verdonk van Vreemdelingenzaken.

Homoseksuele asielzoekers wordt nu regelmatig een vluchtelingenstatus geweigerd omdat zij hun seksualiteit in het land van herkomst geheim zouden kunnen houden.

Dat stelde minister Verdonk bijvoorbeeld in april jl. in het geval van Iraanse homoseksuele vluchtelingen. Die zouden teruggestuurd kunnen worden naar Iran, waar de doodstraf op homoseksualiteit staat, omdat ze daar geen gevaar lopen mits ze ‘niet al te openlijk voor hun seksuele geaardheid uitkomen’. Maar ook een Afghaanse homoseksueel mocht volgens de minister voor Vreemdelingenzaken worden teruggestuurd omdat hij zijn homoseksualiteit in Afghanistan geheim kon houden.

‘Het recht om voor je homoseksualiteit uit te komen is een mensenrecht. Je kan van homo’s en lesbiënnes niet vragen om dat maar even op te schorten. Dat doen we ook niet bij religie of politieke gezindheid’, aldus D66-Kamerlid Ursie Lambrechts.

Het D66-Kamerlid vraagt de regering ook om niet langer van homoseksuele asielzoekers te eisen dat zij politiebescherming vragen tegen geweld door medeburgers in landen waar homoseksualiteit strafbaar is. Nu krijgen homoseksuele asielzoekers vaak geen vluchtingenstatus omdat zij aan dit vereiste niet hebben voldaan.

‘Het is een bizarre eis’, aldus Ursie Lambrechts: ‘Want de kans is groot dat een homo die bescherming tegen medeburgers vraagt zelf wordt aangepakt’. Lambrechts verwijst naar de zaak van een homoseksuele man uit Kameroen die door de plaatselijke politie met knuppels en kapmessen werd bewerkt, maar wiens asielaanvraag werd afgewezen omdat hij geen politiebescherming had ingeroepen.

Het D66-Kamerlid vraagt de regering verder om homoseksuele asielzoekers uit landen waar homoseksualiteit strafbaar is in beginsel een vluchtelingenstatus te geven, tenzij uit ambtsberichten blijkt dat de strafbaarstelling aantoonbaar een dode letter is.

Het blijkt in praktijk voor homoseksuele asielzoekers nauwelijks mogelijk om het vervolgingsbeleid ten aanzien van homoseksualiteit in herkomstlanden aan te tonen. Ook zou in ambtsberichten beter gerapporteerd moeten worden over de positie van lesbiennes, travestieten en transseksuelen, en over de mate waarin de politie homoseksuelen bescherming biedt tegen geweld door de bevolking.

Aanleiding voor de Kamervragen vormt het artikel Op de vlucht voor homohaat; Over discriminatie en discretie waarin mr. Sabine Jansen de zwakke plekken van het asielbeleid op dit punt blootlegt. Dit artikel verscheen eerder dit jaar in de Nieuwsbrief Asiel- en Vluchtelingenrecht (NAV 2006, nr. 3, p. 124-146).

SCP-rapport: Sociale acceptatie niet voltooid

vrijdag, september 8th, 2006

De sociale acceptatie van homoseksualiteit is niet voltooid en zal verslechteren als de overheid niet ingrijpt. Dat is de conclusie van het onderzoek ‘ Gewoon Doen’  van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Het COC vindt dit rapport een niet te negeren signaal aan de politieke partijen om in hun verkiezingsprogramma’ s serieus werk te maken van sociale acceptatie van homoseksualiteit in de samenleving.

Homoseksualiteit is in brede lagen van de bevolking nog lang niet geaccepteerd. Vijf jaar na de openstelling van het burgerlijk huwelijk voor paren van hetzelfde geslacht staat nog altijd 22% van de Nederlanders daar negatief tegenover. Bij Turken en Marokkanen is dat respectievelijk 55% en 48% (pag 35). Eén op de drie Nederlanders heeft er bezwaar tegen als homoseksuelen kinderen adopteren.

“Juridisch hebben homoseksuelen in Nederland gelijke rechten, maar de sociale acceptatie is nog niet voltooid. Het is belangrijk dat de regering het voortouw neemt in het stellen van normen en regels. Als de regering nu niet ingrijpt, dreigt de sociale acceptatie zelfs achteruit te gaan. Met die conclusies uit het rapport roept het COC de regering op om samen met de homobeweging een masterplan Diversiteit in de Samenleving vorm te geven”, aldus Frank van Dalen, voorzitter van COC Nederland.

De onderzoekers stellen dat de acceptatie van homoseksualiteit groot is, maar dat het niet zeker is dat dit ook zo zal blijven. Aandacht is nodig. Een negatieve houding ten opzichte van homoseksualiteit komt vaker voor bij jongeren, ouderen, mannen, lager opgeleiden, religieuzen en allochtone Nederlanders.

“Er zijn verschillende groepen die moeite hebben met homoseksualiteit. Als daar geen specifiek beleid voor wordt ontwikkeld, zullen zij de norm in de samenleving bepalen. En dat betekent dat de positie van homoseksuelen in de samenleving verder zal verslechteren”, volgens Van Dalen.

Homoseksualiteit blijft privé-zaak

Het onderzoek constateert dat in de openbare sfeer heteroseksualiteit nog altijd de norm is. Als twee mannen op straat zoenen vindt 42% van de Nederlanders dat aanstootgevend, terwijl slechts 8% zich stoort als een man en een vrouw dit in het openbaar doen (p. 230). Van homoseksuele paren wordt dus meer terughoudendheid verwacht dan van heteroseksuelen.

Homoseksualiteit wordt volgens de onderzoekers opgevat als iets wat primair privé is. Als gevolg hiervan passen homoseksuelen en lesbische vrouwen hun gedrag aan en verbergen hun homoseksualiteit om geen negatieve reacties op te roepen. Zij blijven daardoor onzichtbaar in het publieke domein. Hier ligt volgens het COC een belangrijk op te heffen punt van (zelf) discriminatie.

Opinie-artikel COC in Volkskrant
Frank van Dalen, voorzitter van COC Nederland, schreef hier op 4 aug 2006 een opinie-artikel over in de Volkskrant: Groeiende intolerantie voor zichtbare homoseksualiteit

Dat de sociale acceptatie nog niet voltooid is, blijkt ook uit het feit dat veel homoseksuelen in hun sociale omgeving hun homoseksualiteit voor anderen verbergen  mannen gemiddeld meer dan vrouwen. Eenderde van de homoseksuelen en een kwart van de lesbische vrouwen zegt dat de collega’s op het werk niet op de hoogte zijn van hun seksuele identiteit (p. 227).

Allochtonen
Allochtonen hebben meer moeite met homoseksualiteit dan autochtonen. Een bepalende factor hierbij blijkt de mate van religiositeit.

Van Dalen: “We zien dat veel islamitische opinieleiders passieve tolerantie op termijn als het hoogst haalbare zien. Wij willen dat ze verantwoordelijkheid nemen door homoseksualiteit actief bespreekbaar te maken en zich inzetten voor volledige acceptatie. Het COC ondersteunt daarin met dialoogbijeenkomsten, voorlichtingen op witte en zwarte scholen met autochtone en allochtone voorlichters en opvang van homoseksuele allochtone jongeren”.

Intolerantie bij jongeren
Uit het onderzoek blijkt dat jongeren op internetfora zich vaak negatief uitlaten over homoseksualiteit. Bijna 40% van de jongeren vindt het vies als twee jongens met elkaar vrijen (en 20% als twee meisjes met elkaar vrijen). 44% van de leerlingen van de eerste klas van het voortgezet onderwijs zegt dat homo’s en lesbo’s niet tot zijn of haar vrienden zouden mogen behoren (Rotterdamse Jeugdmonitor).

Dit is des te zorgelijker volgens het COC omdat jongeren juist in de puberteit worstelen met homoseksualiteit. “Jongeren stellen het moment dat zij uitkomen voor homoseksuele gevoelens nog steeds jaren uit. De psychische gevolgen hiervan voor de persoonlijke ontwikkeling worden vaak ernstig onderschat”, aldus Van Dalen.

De conclusie van het SCP is dat het onderwijs de beste plek is om sociale acceptatie te bevorderen. Scholen dienen een homovriendelijk schoolklimaat te creëren, bij seksuele voorlichting homoseksualiteit aan de orde te laten komen, en ook bij andere vakken (van maatschappijleer, geschiedenis tot literatuur) homoseksualiteit bespreekbaar te maken.

Van Dalen: “Als het SCP aan scholen zo’n belangrijke rol toeschrijft, dan kan je dit niet vrijblijvend overlaten aan de welwillendheid van scholen zoals de huidige minister van Onderwijs Van der Hoeven wil. Het COC vindt daarom dat de aanpak die in dit rapport wordt voorgesteld, verplicht moet worden op alle scholen.”

Politiek aan zet
De overheid moet volgens het COC de regie nemen, en kan het maatschappelijk middenveld daarbij betrekken. Het SCP erkent dat homo-organisaties een belangrijke functie hebben, en constateert dat ondersteuning van de overheid de laatste jaren is verminderd: “De versnippering van het beleid, mede door de overgang van structurele naar projectsubsidies, verzwakt het homoseksuele middenveld en de bestaande infrastructuur”. (p. 241)

Het COC vindt dat bij de verkiezingen homo-emancipatie een serieus onderdeel moet zijn van de verkiezingsprogramma’s van de politieke partijen. Homo-emancipatie moet meer prioriteit krijgen dan de afgelopen jaren het geval is geweest onder Balkenende.

Van Dalen: “Onderwijs, sport en de werkplek verdienen daarbij veel aandacht. Onderwijs, omdat daar normen- en waardenoverdracht plaatsvindt tijdens de leeftijdsfase waarin de seksuele identiteit gevormd wordt. In de sport ontmoeten verschillende bevolkingsgroepen elkaar al op jonge leeftijd. Bekende sporters zijn een rolmodel voor de samenleving. En werk vormt een belangrijk deel van het leven. Mensen brengen veel tijd op het werk door en het is belangrijk dat je meer dan nu jezelf kunt zijn. Politie en krijgsmacht zijn om een andere reden belangrijk. Zij kunnen alleen functioneren als zij de diversiteit in de samenleving weerspiegelen.”